Over BINT

In 2002 is het nationale onderzoeksprogramma 'Het Bedrijfsleven in Nederland in de twintigste eeuw' (BINT) van start gegaan. Het onderzoeksprogramma is door de groep bedrijfsgeschiedenis van de Universiteit Utrecht geëntameerd. Ook het NEHA, de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Eindhoven participeren in het programma. Het programma komt voort uit de wens de beoefening van de bedrijfsgeschiedenis binnen Nederland sterker in het universitaire onderzoek in te bedden. Er bestaat momenteel een grote belangstelling voor de bedrijfsgeschiedenis, maar de resultaten van het onderzoek zijn vaak 'weggestopt' in bedrijfsmonografieën. Met het grote onderzoeksprogramma hopen de initiatiefnemers onder meer de resultaten van al die monografieën tot grotere waarde te brengen. Het uiteindelijke doel ervan is het in kaart brengen van de belangrijkste ontwikkelingen in het Nederlandse bedrijfsleven gedurende de twintigste eeuw om op die manier meer inzicht te krijgen in verandering en continuïteit van de organisatie van het bedrijfsleven op nationaal niveau, of om de gangbare Engelse term te gebruiken: het national business system.

In 2002, in the Netherlands a national research program has been started: Dutch business in the 20th century ('Bedrijfsgeschiedenis in Nederland in de Twintigste Eeuw' or BINT). The program is an initiative of the Business History Research Group of Utrecht University and its Research Institute for History and Culture (OGC). The Netherlands Economic History Archive (NEHA), the Erasmus University Rotterdam and the Foundation for the History of Technology at Eindhoven University are also participating.
The BINT Project has the competitiveness and changing characteristics of the Dutch business system during the twentieth century as its main focus. The goal is to make an in-depth analysis of the most important elements of the Dutch business system and their adaptation over time to the major economic, social and technological developments of the 20th century. The analysis will be internationally comparative because only in this way can the typical Dutch characteristics be highlighted. The analysis will be informed by relevant social theories, particularly, though not exclusively, drawn from institutional economics.

top